De hielprik bij uw baby

Met de hielprik wordt onderzoek gedaan naar een aantal zeldzame maar ernstige ziekten. Het zijn ziekten die niet te genezen zijn, maar die wel behandeld kunnen worden met bijvoorbeeld medicijnen of een dieet.

Hoe verloopt de hielprik?

Een medewerker van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) komt tussen de vierde en de zevende dag na de bevalling bij uw thuis. Met een klein prikje in de hiel van uw baby neemt ze een beetje bloed af. Dit bloed onderzoekt het laboratorium vervolgens op ziekten.

Op welke ziekten onderzoeken we het bloed van uw baby?

Op dit moment worden 21 ziekten onderzocht, de meesten zijn stofwisselingsziekten. Benieuwd welke ziekten precies onderzocht worden? Kijk op de website van het RIVM.

Vervolgonderzoek na de hielprik

Wanneer u vier weken na de hielprik niets hebt gehoord van het RIVM, betekent dat dat uw kindje geen van de onderzochte ziekten heeft. Soms is een tweede hielprik nodig omdat de uitslag niet helemaal duidelijk is. Dit betekent niet automatisch dat uw kindje een ziekte heeft, maar dat er meer onderzoek nodig is. Na deze tweede test ontvangt u wel altijd bericht over de uitkomsten.