Pijnbehandeling tijdens de bevalling

Tijdens de bevalling kan het zijn dat de bevalling onvoldoende vordert of dat er de wens is voor pijnbestrijding. In dat geval kan er in het ziekenhuis tijdens de eerste fase van de bevalling medicatie toegediend worden om de weeën pijn te verlichten. Omdat dit consequenties voor moeder en kindje kan hebben, is dit een reden voor verder zorg in het ziekenhuis onder verantwoordelijkheid van de gynaecoloog.

Soorten pijnbehandeling tijdens de bevalling

De meest bekende vorm van pijnbehandeling tijdens de bevalling is de ruggenprik. Bij de ruggenprik wordt (tijdelijk) een heel dun kunststof slangetje in de rug gebracht naast de zenuwen die de baringspijn doorgeven. Op deze plek wordt een verdovingsvloeistof toegediend  die de pijn grotendeels wegneemt. Bij een ruggenprik kan een bloeddrukdaling bij u en uw kindje optreden. U en uw kindje worden daarom continu bewaakt. De anesthesist plaatst de ruggenprik op de operatieafdeling. Wanneer de verdoving zijn werk gaat doen en uw conditie stabiel is, wordt u weer naar de verloskamer teruggebracht.

Een andere manier van pijnbestrijding is een injectie met een morfineachtige stof (pethidine) in uw bovenbeen. Deze injectie werkt vaak zo’n twee tot vier uur. Het haalt de scherpste kanten van de pijn weg en u kunt zich vaak beter ontspannen. Ook in deze situatie worden u en uw kindje continu bewaakt.

Lees voor meer informatie de folder van de KNOV ‘Hoe ga je om met pijn’ of de folder van het MCL over de ruggenprik.

Heeft u in de zwangerschap vragen over de het verloop van de bevalling, weeënpijn en/of pijnbestrijding? Bespreek deze dan met uw verloskundige of arts.